Pien is er voor al haar 50 kinderen

Meer dan 50 kinderen beschouwen Pien van der Hoff (57) als hun moeder. Ze runt samen met haar man een ‘gezinshuis’ voor probleemkinderen. 

Ze kreeg vijf kinderen, adopteerde er nog twee bij en besloot pakweg tien jaar geleden om haar leven volledig te wijden aan het opvoeden van kinderen met gedragsproblemen.

Inmiddels zorgde ze samen met haar man al voor zo’n 50 kinderen. Een ruime woning in de boerenweilanden tussen Ede en Lunteren dient als opvangplek. ,,We hebben alles al voorbij zien komen”, vertelt Van der Hoff, die haar belevenissen opschreef in het boekje Maak ze gek!, dat sinds kort in de boekwinkel ligt.

Lees het complete interview vrijdag 5 januari in dagblad De Gelderlander.
Advertenties

Sommige straatvoetballers mogen niet op voetbal: ‘Zo jammer’

VEENENDAAL – Sjan Landwaart (25) zet een punt achter zijn jongerenwerk onder straatvoetballers in Veenendaal. ,,Sommige jongens kan ik wel schieten.”

Na de scheiding van zijn ouders, werd Sjan Landwaart als tiener van het ene naar het andere pleeggezin gestuurd. ,,Ik was onhandelbaar, te druk en maakte veel kabaal. Ook bij de crisisopvang werd ik weggestuurd. Ik heb mezelf op moeten voeden”, vertelt hij onderuitgezakt met een biertje op de bank in zijn appartement. Op de flatscreen flitsen voetbalwedstrijden langs.

Lees het hele interview met Sjan bij De Gelderlander

Zingende Papoea’s verrassen Israëliërs

TEL AVIV | ‘Tel Avivians’ werden afgelopen week verrast door een christelijke groep Indonesische Papoea’s, die al zingend over Israël door de kuststad trokken. “Het raakt Israëliërs wanneer niet-Joden van over heel de wereld hun liefde en steun voor het Joodse volk komen betuigen”, zegt campagneleider Jacob Damkani. 

Lees het hele verhaal op MessiaNieuws.nl

damkani-3

Zweedse kerk wil bijbels met drones naar ISIS brengen

UPPSALA – Hoe kan de ideologie van ISIS het best worden bestreden, vroeg een Zweedse kerk zich af. Met duizenden Arabische bijbels, luidt het antwoord.

‘Bijbelbombardementen’, kopten diverse internationale media over het nieuwste project van het Woord van Leven, een in Zweden geworteld evangelisch kerkgenootschap. De gemeente zou middels drones duizenden elektronische bijbels verspreiden over het ISIS-gebied in Syrië en Irak.

Lees verder op ND.nl

‘Jezus is de climax in Gods plan met Israël’

Het allereerste MessiaNieuws voetbaltoernooi gaat zondag in Ede van start. Wie doen er allemaal mee en wat drijft hen? Flowmotive

Giel-Jan de Visser (26) uit Ede rondde eerder zijn opleiding af tot pastoraal werker aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). Nu doet hij een master theologie, “gericht op het missionaire werkveld”. Ondertussen runt hij ook nog zijn eigen onderneming: Flowmotive – een christelijk promotiebedrijf dat het gelijknamige (zaal)voetbalteam sponsort.

Lees het interview met Giel-Jan op MessiaNieuws.nl 

‘Een journalist moet de wereld begrijpelijk maken’

Anouk van Kampen is social media-expert en online analist voor NRC Handelsblad. Ik interviewde haar op het kantoor van het liberale dagblad in Amsterdam over online journalistiek en nieuwe media, naar aanleiding van mijn afstudeeronderzoek MessiaNieuws – een online actualiteitenplatform op joods-christelijk gebied. Anouk van Kampen

Wat doe je precies bij NRC?
‘Ik doe alles wat met het betrekken en bereiken van lezers te maken heeft. Dus ik kijk bijvoorbeeld naar het sociale media beleid en welke stukken er goed worden gelezen. En hoe we andere stukken nog meer aandacht kunnen geven. Ik help ook bij lezersonderzoeken.’

Kijk je ook naar hoe goed de krant wordt gelezen?
‘Nee, ik kijk vooral naar online. Of mensen bijvoorbeeld een artikel over (de vluchtelingenproblematiek in, VL) Keulen daadwerkelijk uitlezen. Dat kunnen we allemaal meten.’

Het aantal clicks?
‘Ja, maar niet alleen de clicks, ook het aantal leesminuten. En op welke link lezers klikken en hoe zij een stuk waarderen.’

Hebben jullie ook zo’n scorescherm op de redactie hangen?
‘We sturen elke ochtend een mail naar de hele organisatie met de best gelezen stukken van de dag ervoor en hoe dat komt. Al gaat het er niet alleen maar om dat je stukken in de top tien staan. Het is vooral om te lezen zien wat er nu leeft onder de mensen.’

Waartoe is een journalist op aarde?
‘Om de wereld uit te leggen. Om achterliggende dingen te laten zien die anderen niet zien. Dus zaken die in politiek Den Haag gebeuren zonder dat mensen het weten. Of media leggen met eigen nieuws iets bloot. Maar journalisten zijn er ook om het nieuws uit te leggen, hoe iets in elkaar zit – om nieuwsgierigheid te beantwoorden. Ik schreef vaak over economie, maar deed dat wat simpeler om alledaagse dingen grijpbaar te maken. Economieberichten staan vaak vol met cijfers en vage termen. Toch is het voor iedereen relevant. Het is daarom een van de taken van de journalistiek om nieuws begrijpelijker te maken, zodat we de wereld steeds meer kunnen vatten.’

Bedrijf jij journalistiek vanuit een bepaalde ideologie?
‘Bij voorkeur niet. Mijn enige ideologie is het gebruiken van mijn nieuwsgierigheid. Als ik iets niet snap, snapt de lezer het waarschijnlijk ook niet. In dat geval ga ik het aan hem uitleggen, en tegelijkertijd dus ook aan mijzelf. Ik probeer overal zo leeg mogelijk in te stappen.’

Maar je hebt een bril op, toch?
‘Klopt. Maar uiteindelijk probeer ik die zoveel mogelijk af te zetten. Ik schrijf wel opiniestukken, maar die gaan nooit over bijvoorbeeld economie-onderwerpen waar ik zelf al over schrijf. Ik vind dat ik zo objectief mogelijk moet kunnen schrijven.’

Wat vind je van media die wel vanuit een ideologie journalistiek bedrijven?
‘Niets mis mee. Dat kan heel goed werken, omdat je een duidelijke doelgroep hebt. Wij hebben bij NRC niet alleen liberalen als doelgroep, maar eigenlijk gewoon heel Nederland. Al kopen vooral hoogopgeleide mensen NRC. In de dagelijkse praktijk zit er volgens mij heel weinig ideologie achter onze journalistiek, behalve het achterhalen van de waarheid. Het lijkt mij wel dat je er zelf achter moet staan, als je voor de Groene Amsterdammer of de Evangelische Omroep werkt. Berichtgeving van zulke media is misschien minder objectief. En zij brengen een bepaald soort stukken eerder uit dan anderen. Dat zorgt ervoor dat je een duidelijke doelgroep hebt.’

Wat zou een nadeel kunnen zijn?
‘Soms kan het je ook parten spelen omdat je van begin af aan al een bepaalde focus hebt. Het maakt alles in de journalistieke aanzet al wat minder objectief. Het heeft ook ergens een, en dat heeft elk medium, ons-kent-ons gehalte. Als ik mij constant onder bepaalde kringen begeef, hoor ik alleen maar dezelfde soort meningen. Meningen waar je het zelf al mee eens bent, die je wereldbeeld bevestigen. Dat is het risico van specifiek geladen media: in je eigen wereldje blijven zitten, in plaats van wat journalistiek vaak doet de wereld openen en nieuwe dingen laten zien.’

Bestaat objectiviteit?
‘Nee. Volledige objectiviteit bestaat niet. Maar je hoort het als journalist wel na te streven en altijd kritische vragen te stellen. Of je zelf nou kritisch over het onderwerp bent of niet, je bent altijd verplicht door te vragen. Volledige objectiviteit bestaat dus niet, maar probeer als journalist of medium in de buurt te komen.’

Verschijnt NRC over een tijdje nog op papier?
‘Je vraagt het niet aan de meest objectieve persoon in dit geval, maar ik denk dat alle traditionele media wel kampen met het probleem dat steeds minder mensen een krant lezen. En dat dat op een bepaald moment over moet gaan in online lezers. Ik weet niet of we over vijf jaar nog een krant hebben. Op een bepaald moment is het misschien onoverkomelijk. Het traditionele verdienmodel waarin wij kranten verkopen, werkt niet meer. NRC staat nu bijvoorbeeld te boek als mediabedrijf, en niet meer als krantenbedrijf. Vroeger ging het altijd over de krant en nu maken we journalistieke content. Al is dat nog steeds voor een groot deel in de krant.’

Hoe zie jij de opkomst van online journalistiek?
‘Het verbaast mij niet. Veel van die online initiatieven zijn opgestart door journalisten die oorspronkelijk bij een krant werkten. Het is goed dat er op allerlei verschillende manieren geëxperimenteerd wordt met wat er allemaal online kan – zowel vanuit kranten als daarbuiten. We zitten nu in een periode waarin de journalistiek veel uitprobeert, dat is positief. Op een bepaald moment zal dat weer minder worden. Dan zal blijken wat daadwerkelijk werkt.’

Hoe vind je de journalistieke kwaliteit op digitaal gebied?
‘Dat verschilt enorm. In principe kan iedereen tegenwoordig zichzelf journalist noemen, stukken schrijven of een nieuwswebsite beginnen. De Correspondent heeft geweldige stukken. Maar ik zie ook weleens content online verschijnen waarvan het niet had gehoeven. Maar goed, die stukken worden alsnog vaak goed gelezen.’

Is dat een probleem?
‘Het is een uitdaging. Het is bijvoorbeeld zo dat onder jongeren videoblogs nu enorm populair zijn. In plaats van stukken lezen, kijken zij het hele weekend naar video’s van Enzoknol. Ik ben wel benieuwd of diezelfde mensen wanneer ze straks dertig zijn, interesse hebben in wat wij maken. Ik geloof dat er mensen blijven die graag willen lezen en kwaliteitsjournalistiek waarderen. Maar daarvoor moet er hard worden gewerkt om te bewijzen dat mensen wat hebben aan kwaliteitsjournalistiek.’

Nieuwswebsites publiceren soms al snel geruchten.
‘Dat is iets wat mensen nu sneller merken, omdat alles meteen online komt. Maar of het nu online staat of in de krant, er zijn bepaalde journalistieke waarden die je in principe altijd aan hoort te houden, zoals hoor- en wederhoor of het nabellen van berichtgeving van andere media. Dat gaat nu veel sneller mis, omdat het al snel overal op internet staat. Andere media denken dan dat het wel waar zal zijn. Maar online publiceren betekent niet dat we makkelijker moeten omgaan met journalistieke principes.’

Hoe verdien je geld online?
‘Eigenlijk net zoals met de krant via abonnementen en advertenties. NRC heeft bijvoorbeeld ook een webwinkel. Dat zijn randzaken die verder los van de redactievloer staan. Er zijn media waar commercie en redactie veel meer met elkaar worden vermengd. Zulke media sluiten sponsordeals met bedrijven; redacteuren schrijven dan ook commerciële artikelen. Bij NRC is dat totaal gescheiden. Maar dat soort advertorials zijn wel manieren waarop je geld kan verdienen als je geen abonnement hebt en alles op je medium gratis is.’

Is het succesvolste verdienmodel al uitgevonden?
‘Nee. We staan aan het begin van grote veranderingen in de journalistiek. Wereldwijd zijn alle media aan het uitvinden hoe er digitaal precies geld moet worden verdiend. Het perfecte model is zover ik weet nog niet uitgevonden. Ik ben ook niet van die afdeling. Sinds onze nieuwe site geven we een bepaalde hoeveelheid stukken per maand gratis weg aan lezers. Daarna wordt ze een abonnement aangeboden. We wisten van tevoren niet hoe het zou uitpakken. Maar nu zijn we een paar maanden zo bezig en blijkt het goed te werken.’

Dat is hetzelfde model als The New York Times hanteert, toch?
‘Klopt. En een ander model dan de Volkskrant bijvoorbeeld heeft. Die geven sommige stukken weg via onder meer sociale media. En al hun nieuws is sowieso gratis, alleen de krantenstukken staan achter een betaalmuur.’

Er is veel aanbod, zien jullie dat als concurrentie?
‘Dat is wel concurrentie in de zin dat wij moeten laten zien wat onze meerwaarde is. Heel lang was de krant het gewoon. Iedereen weet de waarde daarvan. Nu moeten we bewijzen waarom het waard is om geld te betalen voor onze content, want een heleboel andere media zijn gratis.’

In hoeverre zijn sociale media bepalend voor het succes van een medium?
‘Steeds meer. Een groot deel van onze bezoekers komt vooral van Facebook, maar ook van Twitter. Dus ja, sociale media zijn ontzettend bepalend. Op Twitter hebben we veel volgers, maar we merken dat daar relatief weinig bezoek vandaan komt. Dat komt omdat Twitter een chronische timeline is, waardoor een tweet zo weer weg is. Volgers moeten dus toevallig net online zijn op het moment dat wij tweeten. Facebook werkt anders door een langzaam opbouwend logoritme aan populariteit. Als een post aanslaat, zie je die de hele dag terugkomen in je timeline. We zijn ook opzoek naar andere manieren om mensen te bereiken. Als we bijvoorbeeld tieners en begin twintigers willen bereiken, moeten we misschien Snapchat op. We willen wat dat betreft niet de boot missen.’

Zit NRC bijvoorbeeld ook op Instagram?
‘Ja. Onze fotoredactie zit op Instagram. Onze mediaredactie begint te experimenteren met Snapchat. Zij vertellen in een filmpje elke dinsdag wat hun feature van die dag is. Binnenkort gaan we met Whatsapp beginnen. Daarmee kunnen we nieuwsalerts versturen, maar ook leuke berichtjes. Gewone nieuwsbrieven via de mail zijn veel belangrijker dan de meeste mensen misschien denken. Daar komt ook veel bezoek vandaan. Een tijdje geleden werd gedacht dat het passé was, maar de nieuwsbrief heeft een opleving. Dat kunnen allerlei soorten nieuwsbrieven zijn, maar vooral het soort dat menselijk geschreven is, werkt goed.’

Moeten NRC-redacteuren verplicht op Facebook en Twitter zitten, zoals journalisten van BDU Media?
‘Nee, het is niet verplicht, maar het wordt wel aangemoedigd. Het is iets waar je feeling mee moet hebben. Als je één keer per dag je eigen stuk op Twitter zet, heeft het niet per se meerwaarde op Twitter te zitten. Ik spreek regelmatig op de redactie hoe belangrijk het kan zijn om op Twitter te zitten. Het is een manier om de kennis en kunde die wij van tweehonderd journalisten hebben naar buiten te brengen. Om de buitenwereld te laten zien, los van de gewone stukken, wat wij hier allemaal in huis hebben.’

Zie je media of journalisten vaak stuntelen op sociale media?
‘Ja, dat gebeurt vaak. Dat is het gevaarlijke van sociale media en überhaupt van internet: met één klik staat het online. Het is nieuw dus er worden fouten gemaakt. Dat mensen bijvoorbeeld te populair taalgebruik inzetten of te persoonlijk worden. Te officieel kan ook, bijvoorbeeld op Twitter, waar spreektaal meer gebruikelijk is. Een fout hoeft niet heel ernstig te zijn, je moet net even weten wat voor toon je moet hebben en over welke dingen je tien seconden langer moet nadenken voordat je op de muis klikt.’

‘Het gaat steeds beter met de wereld’

Tim Kraaijvanger is afgestuurd als journalist aan de Christelijke Hogeschool Ede en mede-oprichter van wetenschapsblog Scientias.nl. Ik interviewde hem over online journalistiek naar aanleiding van mijn afstudeeronderzoek MessiaNieuws – een online actualiteitenplatform op joods-christelijk gebied. Tim

Waartoe is de journalist of zijn media op aarde?
‘De nummer 1 missie van een journalist is om onafhankelijk nieuws te brengen. Dit is in onze maatschappij erg lastig, omdat er allerlei belangen zijn. Lokale en regionale kranten durven vaak geen kritische artikelen te schrijven, omdat ze bang zijn dat adverteerders afhaken, terwijl landelijke dagbladen zich laten leiden door abonnees. Dit resulteert in opgeblazen, gruwelijke nieuwsitems.
In tegenstelling tot wat journalisten lijken te beweren gaat het juist steeds beter met de wereld. Er leven minder mensen in armoede, er is minder geweld, er leven meer mensen in een land met een democratisch systeem, er is meer voedsel en mensen zijn gezonder dan honderd jaar geleden.
Juist deze positieve ‘touch’ ontbreekt in berichtgeving, waardoor burgers steeds meer in angst gaan leven voor aanslagen.
Ik merk zelf dat mensen behoefte hebben aan positieve berichtgeving, vandaar dat wetenschapsnieuws in opkomst is. Wetenschapsnieuws is vaak positief geladen nieuws en gaat over doorbraken, successen en mogelijkheden.’

Wat zijn de krachten van media voor een bepaalde niche of groep met een eigen geluid.
‘Kies je voor een niche, dan kun je met een kleine redactie het nieuws verslaan en dus vrij gemakkelijk opboksen tegen de grote jongens, zoals Nu.nl en NRC. De redactionele kosten zijn relatief laag en je trekt een betrokken doelgroep aan. Deze ambassadeurs blijven niet alleen lang plakken, maar zijn ook bereid om te investeren in het platform.’

Wat zijn valkuilen van specifieke media?
‘Een valkuil is dat een niche trendgevoelig kan zijn. Of dat een te brede niche wordt gekozen, waardoor uiteindelijk niet al het nieuws gecoverd kan worden. Dat kan resulteren in het falen van de startup.’

Waar liggen kansen voor online media startups?
‘Persoonlijk denk ik dat er nog ruimte is in het Nederlandse medialandschap voor goede nichesites, maar die gaten worden wel steeds kleiner. Aan de andere kant: iemand die zeer geïnteresseerd is in wetenschapsnieuws, bezoekt niet alleen Scientias.nl, maar ook andere kleinere wetenschapsblogs.’

Hoe ziet u de opkomst van online journalistieke initiatieven – zoals De Correspondent, Jalta en talloze lokale websites?
‘Ik geloof zeker in het verdienmodel van De Correspondent, maar dit betekent niet dat iedere site hetzelfde verdienmodel kan hanteren. Bij De Correspondent werkt het, omdat het nieuw en hip is om op die manier lid te worden van een journalistiek medium, maar bij initiatiefnummer twee, drie et cetera, wordt het alweer minder interessant.
Ik zie wel dat de consument of burger kritischer wordt en online op zoek gaat naar alternatieve nieuwsbronnen, waar De Correspondent van profiteert.’

Hoe kan de journalistieke kwaliteit op (het snelle en gerucht makende) internet worden gewaarborgd?
‘Goede bronvermelding is essentieel. Op Scientias.nl gebruiken we bij ieder item bronvermelding en daarbij linken we direct naar het desbetreffende wetenschappelijke paper. Dit betekent dat we soms wetenschapsnieuws missen. Als een wetenschapper een interview heeft met het ANP en bepaalde uitspraken doet – die vervolgens worden overgenomen door andere media – dan gaan wij die niet gebruiken, omdat we geen keiharde bronnen hebben. Pas wanneer we zelf de wetenschapper in kwestie hebben gesproken, kunnen we er een item over schrijven.
Er zullen altijd websites bestaan die het niet zo nauw nemen met bronvermelding, neem bijvoorbeeld de Engelse roddelkrantjes. Uiteindelijk is het aan de bezoeker dat soort sites niet meer te bezoeken.’

Wat zou een succesvol verdienmodel kunnen zijn voor media met een specifieke doelgroep en boodschap?
‘Een eigen webshop naast je blog, waarop je producten verkoopt, bijvoorbeeld boeken. Andere mogelijkheden zijn advertenties, een lidmaatschap met exclusieve artikelen voor betaalde abonnees, sponsored content of het aanbieden van betaalde e-books.’

In hoeverre zijn sociale media bepalend voor het succes van een medium?
‘Heel erg bepalend, zeker in de beginfase. Als startup moet je naamsbekendheid krijgen en dat kan via sociale media. Veel mensen gaan niet meer direct naar de verschillende sites en kijken alleen op Twitter of Facebook. Daar moet je dus te vinden zijn en je doelgroep weten te triggeren met goede posts.’