‘Een journalist moet de wereld begrijpelijk maken’

Anouk van Kampen is social media-expert en online analist voor NRC Handelsblad. Ik interviewde haar op het kantoor van het liberale dagblad in Amsterdam over online journalistiek en nieuwe media, naar aanleiding van mijn afstudeeronderzoek MessiaNieuws – een online actualiteitenplatform op joods-christelijk gebied. Anouk van Kampen

Wat doe je precies bij NRC?
‘Ik doe alles wat met het betrekken en bereiken van lezers te maken heeft. Dus ik kijk bijvoorbeeld naar het sociale media beleid en welke stukken er goed worden gelezen. En hoe we andere stukken nog meer aandacht kunnen geven. Ik help ook bij lezersonderzoeken.’

Kijk je ook naar hoe goed de krant wordt gelezen?
‘Nee, ik kijk vooral naar online. Of mensen bijvoorbeeld een artikel over (de vluchtelingenproblematiek in, VL) Keulen daadwerkelijk uitlezen. Dat kunnen we allemaal meten.’

Het aantal clicks?
‘Ja, maar niet alleen de clicks, ook het aantal leesminuten. En op welke link lezers klikken en hoe zij een stuk waarderen.’

Hebben jullie ook zo’n scorescherm op de redactie hangen?
‘We sturen elke ochtend een mail naar de hele organisatie met de best gelezen stukken van de dag ervoor en hoe dat komt. Al gaat het er niet alleen maar om dat je stukken in de top tien staan. Het is vooral om te lezen zien wat er nu leeft onder de mensen.’

Waartoe is een journalist op aarde?
‘Om de wereld uit te leggen. Om achterliggende dingen te laten zien die anderen niet zien. Dus zaken die in politiek Den Haag gebeuren zonder dat mensen het weten. Of media leggen met eigen nieuws iets bloot. Maar journalisten zijn er ook om het nieuws uit te leggen, hoe iets in elkaar zit – om nieuwsgierigheid te beantwoorden. Ik schreef vaak over economie, maar deed dat wat simpeler om alledaagse dingen grijpbaar te maken. Economieberichten staan vaak vol met cijfers en vage termen. Toch is het voor iedereen relevant. Het is daarom een van de taken van de journalistiek om nieuws begrijpelijker te maken, zodat we de wereld steeds meer kunnen vatten.’

Bedrijf jij journalistiek vanuit een bepaalde ideologie?
‘Bij voorkeur niet. Mijn enige ideologie is het gebruiken van mijn nieuwsgierigheid. Als ik iets niet snap, snapt de lezer het waarschijnlijk ook niet. In dat geval ga ik het aan hem uitleggen, en tegelijkertijd dus ook aan mijzelf. Ik probeer overal zo leeg mogelijk in te stappen.’

Maar je hebt een bril op, toch?
‘Klopt. Maar uiteindelijk probeer ik die zoveel mogelijk af te zetten. Ik schrijf wel opiniestukken, maar die gaan nooit over bijvoorbeeld economie-onderwerpen waar ik zelf al over schrijf. Ik vind dat ik zo objectief mogelijk moet kunnen schrijven.’

Wat vind je van media die wel vanuit een ideologie journalistiek bedrijven?
‘Niets mis mee. Dat kan heel goed werken, omdat je een duidelijke doelgroep hebt. Wij hebben bij NRC niet alleen liberalen als doelgroep, maar eigenlijk gewoon heel Nederland. Al kopen vooral hoogopgeleide mensen NRC. In de dagelijkse praktijk zit er volgens mij heel weinig ideologie achter onze journalistiek, behalve het achterhalen van de waarheid. Het lijkt mij wel dat je er zelf achter moet staan, als je voor de Groene Amsterdammer of de Evangelische Omroep werkt. Berichtgeving van zulke media is misschien minder objectief. En zij brengen een bepaald soort stukken eerder uit dan anderen. Dat zorgt ervoor dat je een duidelijke doelgroep hebt.’

Wat zou een nadeel kunnen zijn?
‘Soms kan het je ook parten spelen omdat je van begin af aan al een bepaalde focus hebt. Het maakt alles in de journalistieke aanzet al wat minder objectief. Het heeft ook ergens een, en dat heeft elk medium, ons-kent-ons gehalte. Als ik mij constant onder bepaalde kringen begeef, hoor ik alleen maar dezelfde soort meningen. Meningen waar je het zelf al mee eens bent, die je wereldbeeld bevestigen. Dat is het risico van specifiek geladen media: in je eigen wereldje blijven zitten, in plaats van wat journalistiek vaak doet de wereld openen en nieuwe dingen laten zien.’

Bestaat objectiviteit?
‘Nee. Volledige objectiviteit bestaat niet. Maar je hoort het als journalist wel na te streven en altijd kritische vragen te stellen. Of je zelf nou kritisch over het onderwerp bent of niet, je bent altijd verplicht door te vragen. Volledige objectiviteit bestaat dus niet, maar probeer als journalist of medium in de buurt te komen.’

Verschijnt NRC over een tijdje nog op papier?
‘Je vraagt het niet aan de meest objectieve persoon in dit geval, maar ik denk dat alle traditionele media wel kampen met het probleem dat steeds minder mensen een krant lezen. En dat dat op een bepaald moment over moet gaan in online lezers. Ik weet niet of we over vijf jaar nog een krant hebben. Op een bepaald moment is het misschien onoverkomelijk. Het traditionele verdienmodel waarin wij kranten verkopen, werkt niet meer. NRC staat nu bijvoorbeeld te boek als mediabedrijf, en niet meer als krantenbedrijf. Vroeger ging het altijd over de krant en nu maken we journalistieke content. Al is dat nog steeds voor een groot deel in de krant.’

Hoe zie jij de opkomst van online journalistiek?
‘Het verbaast mij niet. Veel van die online initiatieven zijn opgestart door journalisten die oorspronkelijk bij een krant werkten. Het is goed dat er op allerlei verschillende manieren geëxperimenteerd wordt met wat er allemaal online kan – zowel vanuit kranten als daarbuiten. We zitten nu in een periode waarin de journalistiek veel uitprobeert, dat is positief. Op een bepaald moment zal dat weer minder worden. Dan zal blijken wat daadwerkelijk werkt.’

Hoe vind je de journalistieke kwaliteit op digitaal gebied?
‘Dat verschilt enorm. In principe kan iedereen tegenwoordig zichzelf journalist noemen, stukken schrijven of een nieuwswebsite beginnen. De Correspondent heeft geweldige stukken. Maar ik zie ook weleens content online verschijnen waarvan het niet had gehoeven. Maar goed, die stukken worden alsnog vaak goed gelezen.’

Is dat een probleem?
‘Het is een uitdaging. Het is bijvoorbeeld zo dat onder jongeren videoblogs nu enorm populair zijn. In plaats van stukken lezen, kijken zij het hele weekend naar video’s van Enzoknol. Ik ben wel benieuwd of diezelfde mensen wanneer ze straks dertig zijn, interesse hebben in wat wij maken. Ik geloof dat er mensen blijven die graag willen lezen en kwaliteitsjournalistiek waarderen. Maar daarvoor moet er hard worden gewerkt om te bewijzen dat mensen wat hebben aan kwaliteitsjournalistiek.’

Nieuwswebsites publiceren soms al snel geruchten.
‘Dat is iets wat mensen nu sneller merken, omdat alles meteen online komt. Maar of het nu online staat of in de krant, er zijn bepaalde journalistieke waarden die je in principe altijd aan hoort te houden, zoals hoor- en wederhoor of het nabellen van berichtgeving van andere media. Dat gaat nu veel sneller mis, omdat het al snel overal op internet staat. Andere media denken dan dat het wel waar zal zijn. Maar online publiceren betekent niet dat we makkelijker moeten omgaan met journalistieke principes.’

Hoe verdien je geld online?
‘Eigenlijk net zoals met de krant via abonnementen en advertenties. NRC heeft bijvoorbeeld ook een webwinkel. Dat zijn randzaken die verder los van de redactievloer staan. Er zijn media waar commercie en redactie veel meer met elkaar worden vermengd. Zulke media sluiten sponsordeals met bedrijven; redacteuren schrijven dan ook commerciële artikelen. Bij NRC is dat totaal gescheiden. Maar dat soort advertorials zijn wel manieren waarop je geld kan verdienen als je geen abonnement hebt en alles op je medium gratis is.’

Is het succesvolste verdienmodel al uitgevonden?
‘Nee. We staan aan het begin van grote veranderingen in de journalistiek. Wereldwijd zijn alle media aan het uitvinden hoe er digitaal precies geld moet worden verdiend. Het perfecte model is zover ik weet nog niet uitgevonden. Ik ben ook niet van die afdeling. Sinds onze nieuwe site geven we een bepaalde hoeveelheid stukken per maand gratis weg aan lezers. Daarna wordt ze een abonnement aangeboden. We wisten van tevoren niet hoe het zou uitpakken. Maar nu zijn we een paar maanden zo bezig en blijkt het goed te werken.’

Dat is hetzelfde model als The New York Times hanteert, toch?
‘Klopt. En een ander model dan de Volkskrant bijvoorbeeld heeft. Die geven sommige stukken weg via onder meer sociale media. En al hun nieuws is sowieso gratis, alleen de krantenstukken staan achter een betaalmuur.’

Er is veel aanbod, zien jullie dat als concurrentie?
‘Dat is wel concurrentie in de zin dat wij moeten laten zien wat onze meerwaarde is. Heel lang was de krant het gewoon. Iedereen weet de waarde daarvan. Nu moeten we bewijzen waarom het waard is om geld te betalen voor onze content, want een heleboel andere media zijn gratis.’

In hoeverre zijn sociale media bepalend voor het succes van een medium?
‘Steeds meer. Een groot deel van onze bezoekers komt vooral van Facebook, maar ook van Twitter. Dus ja, sociale media zijn ontzettend bepalend. Op Twitter hebben we veel volgers, maar we merken dat daar relatief weinig bezoek vandaan komt. Dat komt omdat Twitter een chronische timeline is, waardoor een tweet zo weer weg is. Volgers moeten dus toevallig net online zijn op het moment dat wij tweeten. Facebook werkt anders door een langzaam opbouwend logoritme aan populariteit. Als een post aanslaat, zie je die de hele dag terugkomen in je timeline. We zijn ook opzoek naar andere manieren om mensen te bereiken. Als we bijvoorbeeld tieners en begin twintigers willen bereiken, moeten we misschien Snapchat op. We willen wat dat betreft niet de boot missen.’

Zit NRC bijvoorbeeld ook op Instagram?
‘Ja. Onze fotoredactie zit op Instagram. Onze mediaredactie begint te experimenteren met Snapchat. Zij vertellen in een filmpje elke dinsdag wat hun feature van die dag is. Binnenkort gaan we met Whatsapp beginnen. Daarmee kunnen we nieuwsalerts versturen, maar ook leuke berichtjes. Gewone nieuwsbrieven via de mail zijn veel belangrijker dan de meeste mensen misschien denken. Daar komt ook veel bezoek vandaan. Een tijdje geleden werd gedacht dat het passé was, maar de nieuwsbrief heeft een opleving. Dat kunnen allerlei soorten nieuwsbrieven zijn, maar vooral het soort dat menselijk geschreven is, werkt goed.’

Moeten NRC-redacteuren verplicht op Facebook en Twitter zitten, zoals journalisten van BDU Media?
‘Nee, het is niet verplicht, maar het wordt wel aangemoedigd. Het is iets waar je feeling mee moet hebben. Als je één keer per dag je eigen stuk op Twitter zet, heeft het niet per se meerwaarde op Twitter te zitten. Ik spreek regelmatig op de redactie hoe belangrijk het kan zijn om op Twitter te zitten. Het is een manier om de kennis en kunde die wij van tweehonderd journalisten hebben naar buiten te brengen. Om de buitenwereld te laten zien, los van de gewone stukken, wat wij hier allemaal in huis hebben.’

Zie je media of journalisten vaak stuntelen op sociale media?
‘Ja, dat gebeurt vaak. Dat is het gevaarlijke van sociale media en überhaupt van internet: met één klik staat het online. Het is nieuw dus er worden fouten gemaakt. Dat mensen bijvoorbeeld te populair taalgebruik inzetten of te persoonlijk worden. Te officieel kan ook, bijvoorbeeld op Twitter, waar spreektaal meer gebruikelijk is. Een fout hoeft niet heel ernstig te zijn, je moet net even weten wat voor toon je moet hebben en over welke dingen je tien seconden langer moet nadenken voordat je op de muis klikt.’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s